weblogs

Spelen en leren over de natuur

De kinderen kijken naar hoe een slak glijdt op z’n voet. Hoe een worm zich uitrekt en dan z’n achterlijf naar voren haalt. Hoe een duizendpoot razendsnel op z’n vijftien paar pootjes kan sprinten. Kinderen leren het best op een spelende manier. Door te imiteren, te bewegen, zelf te vertellen of toneel te spelen. Tijd dus voor een spelletje Schipper mag ik overvaren: De schipper bij het spel, roept in dit geval dat de kinderen mogen oversteken ‘glijdend als een slak’,  ‘rennend als een duizendpoot’ enzovoorts.

De natuurdeskundige

Omdat je als pedagogisch werker zelf vaak niet veel van natuur weet, nodig je een deskundige uit. Bedenk dan wel dat ieder zijn kwaliteiten heeft. Jij weet als kinderbegeleider veel meer over wat de kinderen leuk vinden. Jij kunt de inhoud aanvullen met liedjes, spelletjes, knutselopdrachten en dergelijke.

Afspraken maken

Spreek dus met je gast door wat hij of zij gaat vertellen. Vertel je gast wat de kinderen bezighoudt. Maak afspraken dat je bijvoorbeeld na vijf minuten vertellen het verhaal onderbreekt met een leuk spelletje of liedje over het thema. Oefen dat al van te voren met de kinderen, zodat ze dat aan de gast kunnen laten zien.

Op zoek naar een duizendpoot

E zijn ook duizendpoten onder natuurdeskundigen. Die weten veel van de natuur en vinden het ook leuk om
daar spelletjes en opdrachten omheen te bedenken. De schrijver van dit stukje meent dat hij dit aardig kan. Maar er zijn er meer. Bij een centrum voor Natuur- en Milieu Educatie kennen ze deze mensen. Bij een bezoekerscentrum of kinderboerderij vaak ook.

Ik heb zelf een aantal uitgaven hierover geschreven, zoals ‘Naar Buiten in het voorjaar’. Te bestellen op deze site. Meer blogs lees je hier.


Inspiratiedag Het Jonge Kind

Gisteren, 8 februari, was ik door het OCGH (onderwijsondersteuning Helmond e.o.) gevraagd om een inspirerende inleiding te geven over het onderzoekende jonge kind. Het meest voor de hand ligt daarbij ‘kleine beestjes’. De sleutel om kinderen te laten onderzoeken ligt in het arrangeren van ‘een ontmoeting’. Geef de kinderen daarvoor de ruimte om ‘aan te rommelen’. Een kleine beestjestuin, maar ook een boerderij of een gast met een hond, geeft zoveel prikkels dat de kleuters eerst aan de beestjes, de boerderijdieren of de hond moeten wennen. Pas dan komen de vragen los. Je hebt onderzoeksvragen: ‘vraag het de worm zelf maar…’, en opzoekvragen. Onderzoeksvragen kun je zelf beantwoorden door naar het beest te kijken, door ermee te spelen, door experimentjes te doen enzovoorts. Oudere kleuters kun je zelf vragen laten bedenken. Bij peuters stel je de vragen zelf.

Maar let dus op: Geef geen oordeel over het beestje, sla hem niet dood. Het beestje is niet meteen ‘a jakkie’. Aan de andere kant moet je ook niet meteen al je kennis spuien over het beestje. ‘Een pissebed is familie van de kreeften, heeft kieuwen en woont in dood hout’ Dan is er geen ruimte meer voor ontdekkingen.

Bijgaand zie je de powerpoint die ik voor de presentatie heb gebruikt. Het was spannend en uitdagend om te doen. En wat mij betreft voor herhaling vatbaar!

Meer blogs lees je hier.

Vind mijn facebookpagina leuk! En blijf op de hoogte van de laatste nieuwtjes.
Beschouwingen over natuur- en milieueducatie, lees je hier
Ik blog voor kinderopvang totaal www.kinderopvangtotaal.nl, ga naar ‘blogs’.

U kunt Bart ook inhuren als verhalenverteller